U bent hier:

Trial by media: wie heeft het laatste woord?

Het journaal komt nog elke dag stipt om dezelfde tijden op televisie. Daarnaast zijn er nog tientallen programma’s en talkshows die nieuwtjes delen over bijvoorbeeld de sportwereld en medialand. Tegenwoordig is de snelste manier van het verspreiden van 'scoops' en ‘juice’ via sociale media. Dankzij deze vormen van media heeft het publiek haar oordeel al geveld voordat de rechter überhaupt aan zet is. Dit fenomeen, ook wel ‘trial by media’ genaamd, roept fundamentele vragen op over de werking van onze rechtsstaat. Krijgt de rechter nog wel het laatste woord?

De online schandpaal

De onschuldpresumptie is een van de belangrijkste beginselen in het Nederlandse strafrecht. Volgens artikel 6 EVRM is iedereen die wordt vervolgd onschuldig tot het tegendeel is bewezen. In de praktijk lijkt echter dat dit beginsel steeds meer onder druk komt te staan. Niet zozeer binnen de muren van de rechtbank, maar juist daarbuiten. 

Buiten de rechtbank speelt een steeds groter deel van het ‘debat’ zich online af. Nog voor de dagvaarding op de mat ligt, stromen de meningen en beschuldigingen online binnen. Platformen zoals talkshows en ‘juicekanalen’ op Instagram fungeren als informele rechtbanken waar iedereen zowel de rol van jurist, rechter en jury tegelijk inneemt. Nuance delft vaak het onderspit, emoties voeren de boventoon en de ‘court of public opinion’ heeft haar oordeel al geveld voordat alle feiten op tafel liggen. Een bekend voorbeeld is de zaak tussen Amber Heard en Johnny Depp, waarvan de livestreams van de zittingen dagelijks gevolgd konden worden. Ook in Nederland zien we dit terug, zoals met radiozenders die jarenlang geen muziek van Marco Borsato hebben gedraaid ondanks dat het strafproces nog gaande was. Zeker bij zaken met gevoelige onderwerpen, zoals zeden- of geweldszaken, leeft de publieke opinie enorm. Dit heeft als gevolg dat iemand al ‘veroordeeld’ lijkt te zijn voordat de rechtbank uitspraak heeft gedaan.

De rol van media

Het knelpunt is niet het feit dat mensen een mening vormen, dat is onvermijdelijk. Het probleem ontstaat wanneer het niet enkel over een mening gaat, maar een overtuiging van schuld zonder bewijs. Media, en met name sociale media, dragen hieraan bij. Waar traditionele journalistiek onderhevig is aan ethiek en regels, is dit op sociale media lang niet altijd het geval. Er wordt niet altijd zorgvuldig omgegaan met de informatie die wordt gedeeld. Die is veelal ongeverifieerd, anoniem gedeeld of überhaupt enkel een gerucht. Wat centraal staat is het zo snel mogelijk delen van de ‘scoop’. Het principe van hoor en wederhoor is minder belangrijk. 

Hoe ethisch verantwoord dit is, is discutabel. Enerzijds is iedereen vrij om zijn mening te delen, zoals vastgelegd in artikel 10 EVRM. Daarnaast worden gevoelige onderwerpen door de media bespreekbaar gemaakt. Anderzijds brengt het ook risico’s met zich mee. Als de daadwerkelijke gebeurtenis blijkt te verschillen met de gedeelde ‘juice’ kan dit onterechte schade toebrengen aan de betrokkene. Ondanks dat het informeren van het publiek en controle uitoefenen over de macht een belangrijke rol van de media is, heeft die rol wel grenzen. Door het selectief presenteren van feiten, framing en sensationalisme lijkt de grens tussen journalistiek en sensatie steeds meer te vervagen. 

Binnen de rechtszaal

Rechters komen met dezelfde media in aanraking als ieder ander. Aan hen is het de taak om zich daar niet door te laten beïnvloeden. Het recht op een eerlijk proces, tevens verankerd in artikel 6 EVRM, houdt in dat een verdachte onbevooroordeeld moet worden beoordeeld door een onafhankelijke rechter. Rechters worden getraind om zich te kunnen afsluiten van externe invloeden, en behouden ten alle tijden het recht op verschoning om zo het recht op eerlijk proces te waarborgen.

Het spanningsveld binnen de trial by media is dat ondanks de vrijheid van meningsuiting uit artikel 10 EVRM, het recht op bescherming van de verdachte uit artikel 6 EVRM niet in het geding mag komen. Specifiek in het kader van strafzaken heeft de media naast de maatschappelijke invloed ook mogelijk juridische consequenties. Reputatieschade die dankzij de media is aangebracht kan, ondanks de juridische uitspraak, onherstelbaar zijn. De vraag is dus in hoeverre mensen zich kunnen uitspreken en waar de grens ligt. 

Trial by media is een onvermijdelijk onderdeel van de huidige samenleving. De toegankelijkheid van informatie via het internet maakt het onmogelijk om discussies te vermijden, maar de impact kan wel beperkt worden. Ten eerste spelen de media zelf een rol. Zorgvuldige journalistiek en duidelijke bronvermelding dragen bij aan een eerlijker en betrouwbaarder beeld. Ook de lezer zelf is van belang. Kritisch omgaan met informatie en niet alles als waarheid aannemen is essentieel om te voorkomen dat de publieke opinie de plaats inneemt van de rechter. De rechter zelf heeft de uitdaging om zich te houden aan feiten, bewijs en het recht om tot een oordeel te komen.

Conclusie

Trial by media laat zien dat rechtspraak zich allang niet meer uitsluitend binnen de muren van de rechtbank afspeelt. Hoewel publieke discussie onvermijdelijk is, mag deze nooit de plaats innemen van een zorgvuldige en onafhankelijke beoordeling. Uiteindelijk ligt de kracht van de rechtsstaat juist in het feit dat niet de luidste stem, maar het recht het laatste woord heeft.

 

Bronnen

Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, art. 6 en 10

https://www.avdr.nl/legalflix/blogs/de-invloed-van-media-op-strafzaken-een-blik-op-de-zaak-van-marco-borsato 

https://www.eur.nl/esl/nieuws/trial-media-wie-straft-wie

https://www.fiatjustitia.nl/artikel/2024-01-29-trial-by-social-media 

https://www.law.ac.uk/resources/blog/trial-by-media/ 

https://www.spreekbuis.nl/blog-ton-verlind-zo-ziet-trail-by-media-er-in-de-praktijk-eruit/