Af en toe komt het tijdens een rechtszaak voor dat een rechter zich beroept op zijn verschoningsrecht. Dit is niet een veel voorkomend fenomeen, maar het is een belangrijk recht in onze rechtsstaat. In dit artikel gaan we in op wat dit verschoningsrecht voor rechters inhoudt.
In juridische zin
De term ‘verschoningsrecht’ kan bekend voorkomen. Dit principe bestaat onder andere in de geneeskunde, waar het inhoudt dat een arts wettelijk niet verplicht is informatie te verschaffen aan justitie en andere autoriteiten als het aankomt op het delen van informatie over een patiënt waardoor hun medische beroepsgeheim geschonden wordt. Deze bescherming is voor patiënten van belang zodat zij vrijuit medische hulp kunnen zoeken. Andere beroepsgeheimhouders, zoals geestelijken, kunnen ook van dit recht gebruik maken.
Rechters kunnen ook een vorm van verschoningsrecht uitoefenen, maar in dat geval heeft het een andere betekenis. Hierbij gaat het er niet om dat de rechter geen informatie hoeft te verschaffen, maar betreft het een situatie waarin een rechter zichzelf ontheft van de behandeling van een zaak omdat zijn of haar betrokkenheid ten nadele van diens onpartijdigheid zou kunnen gelden, of zelfs alleen de schijn hiervan zou wekken. De rechter verzoekt dan om zichzelf te mogen ‘verschonen’. Onpartijdigheid is vereist voor de eerlijke behandeling in een zaak.
Het verschoningsrecht kan in uiteenlopende situaties van toepassing zijn. Zo is het mogelijk dat een rechter er tijdens de zitting achter komt een persoonlijke relatie met een partij te hebben. Hun kinderen zouden bijvoorbeeld naar hetzelfde kinderdagverblijf gaan, of ze zijn in het verleden buren geweest (om maar een aantal voorbeelden te noemen). Daarnaast kan een rechter zich verschonen als hij in het verleden als juridisch adviseur reeds bij deze kwestie betrokken is geweest, bijvoorbeeld als advocaat. Tevens kunnen de nevenfuncties van een rechter ook een grond tot verschoning zijn, zoals wanneer de zaak over de sportvereniging gaat waar de rechter voorzitter van is. Bovenstaande voorbeelden kunnen de onpartijdigheid van de rechter schaden, wat niet bevorderlijk is voor een eerlijk proces.
In het wetboek
In het strafrecht is het verschoningsrecht terug te vinden in artikel 517 Wetboek van Strafvordering. Lid 1 geeft weer dat elke rechter die een zaak behandelt mag verzoeken om zich te verschonen op grond van feiten en omstandigheden zoals genoemd in artikel 512. Artikel 512 Wetboek van Strafvordering gaat over wraking wegens vrees voor beschadiging onpartijdigheid en geeft weer dat rechters ‘gewraakt’ kunnen worden op verzoek van een verdachte of het openbaar ministerie indien er feiten of omstandigheden zijn die de partijdigheid zouden kunnen schaden. Later in dit artikel wordt dieper ingegaan op het verschil tussen verschoning en wraking.
In het civiele recht vinden we het verschoningsrecht terug in artikel 36 en artikel 40 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarin respectievelijk de mogelijkheden tot wraking en verschoning beschreven staan.
Het verschil tussen verschoningsrecht en wraking is dat in het eerste geval de rechter zichzelf ontheft van het behandelen van de zaak, terwijl bij wraking een van de partijen verzoekt de rechter te vervangen bij vermoedens van partijdigheid. Het initiatief ligt dan bij een procespartij. In dat geval wordt een procedure in gang gezet en als de rechter het eens is met het verzoek wordt deze van de zaak gehaald. Indien een rechter het niet eens met een wrakingsverzoek wordt dit voorgelegd aan de wrakingskamer, waarin drie andere rechters het verzoek beoordelen. De twee situaties kunnen weleens gelijktijdig voorkomen. Zo is het mogelijk dat een partij aankondigt een wrakingsverzoek in te willen dienen, maar voordat dit officieel heeft plaatsgevonden erkent de rechter ook dat er omstandigheden aan de orde zijn die de schijn van partijdigheid kunnen wekken. In dat geval kan de rechter zelf het initiatief nemen tot verschoning. Hierdoor is een wrakingsprocedure niet meer nodig. In beide gevallen staat wel hetzelfde doel centraal; namelijk het waarborgen van de onpartijdigheid van de rechterlijke macht.
Het verschoningsrecht in de Nederlandse rechtspraak houdt in dat een rechter de mogelijkheid heeft zich terug te trekken uit een zaak in situaties waarbij (de schijn gewekt wordt dat) de onpartijdigheid van de rechter in het geding komt. Een procespartij kan dit ook verzoeken, dan is er sprake van wraking. Ondanks dat dit twee verschillende principes zijn, dienen ze wel hetzelfde doel: het waarborgen van een eerlijk proces.
Bronnen:
Protocol formele verschoning: https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/protocol-verschoning-rbobr.pdf
Procedure om de rechter te wraken: https://www.rechtspraak.nl/Themas/Wraking-en-verschoning/Paginas/Procedure-om-de-rechter-te-wraken.aspx
Verschoning van rechters: omgekeerde wraking: https://www.amsadvocaten.nl/blog/procesrecht/verschoning-van-rechters-omgekeerde-wraking
Wraking en verschoning: https://www.rechtspraak.nl/Themas/Wraking-en-verschoning